Bijen · bestuivers & biodiversiteit
Zonnebloemen en bijen
Een bloeiende zonnebloem is een drukbezocht restaurant: tientallen tot honderden bloempjes per kop leveren nectar en stuifmeel. Maar niet elke zonnebloem is even gastvrij, en het bezoek loont — voor de bij én voor de zaadoogst.
Kort: de zonnebloemkop is geen enkele bloem maar honderden kleine buisbloempjes, elk met nectar en stuifmeel. Zowel honingbijen als wilde en solitaire bijen bezoeken hem. Omdat de zonnebloem grotendeels zelf-onverenigbaar is, verhoogt bijenbezoek de zaadzetting flink. Bovendien blijkt zonnebloemstuifmeel hommels gezonder te maken: het remt een darmparasiet (Irwin & Adler, gepubliceerd in 2015). Let op: pollenvrije ("pollenless") snijbloemrassen leveren géén stuifmeel en zijn dus juist niet bijvriendelijk.
Weinig bloemen trekken zo zichtbaar leven aan als een zonnebloem in volle bloei. Wat van een afstand één grote bloem lijkt, is in werkelijkheid een dichtbevolkt hoofdje van honderden afzonderlijke bloempjes — en juist die bouw maakt de plant zo aantrekkelijk voor bestuivers. Hoe die kop precies in elkaar zit, lees je bij de anatomie van de bloemkop. Op deze pagina draait het om wat zich daarop afspeelt: wie er komt, waarom het de plant helpt, en hoe je je tuin of veld zo inricht dat bijen er werkelijk iets aan hebben.
Nectar en stuifmeel
Een zonnebloemhoofd biedt bestuivers twee beloningen tegelijk. De buisbloempjes in het hart — het kunnen er honderden tot meer dan duizend zijn op een grote kop — openen zich niet allemaal tegelijk, maar in ringen van buiten naar binnen, over meerdere dagen. Elk open bloempje levert nectar als energiebron en stuifmeel als eiwitbron. Doordat de bloei zich over dagen uitsmeert, blijft één kop lang aantrekkelijk en hoeft een bezoekende bij maar kort te vliegen voor een volle lading.
Voor een bijenkolonie is dat aanbod waardevol, vooral in de nazomer wanneer veel voorjaarsbloeiers al uitgebloeid zijn. Zonnebloemen overbruggen zo een schrale periode in het bestuiverseizoen. Hoe je die bloei in je tuin getimed krijgt, hangt samen met het zaaimoment dat in de teeltgids wordt besproken.
Welke bijen
De bezoekers vallen in twee groepen. Honingbijen (Apis mellifera) komen vaak in aantal en zijn de meest opvallende gasten, zeker bij bijenkasten in de buurt. Maar minstens zo belangrijk zijn de wilde en solitaire bijen en hommels: in Noord-Amerika, waar de zonnebloem vandaan komt, bestaat zelfs een groep gespecialiseerde "zonnebloembijen" (geslachten als Melissodes en Diadasia) die vooral op dit gewas foerageren. Onderzoek aan onder meer de University of California laat zien dat de aanwezigheid van wilde bijen het werk van honingbijen efficiënter maakt, doordat de soorten elkaars gedrag op de kop beïnvloeden (Greenleaf & Kremen, 2006).
In Nederlandse tuinen zie je vooral honingbijen, aardhommels en diverse wilde bijensoorten op de kop. Die variatie is winst: een mix van bestuivers zorgt voor een vollere zaadzetting dan één soort alleen. Wil je weten welke andere planten en akkerranden bestuivers in stand houden, dan sluit dat aan bij wat er gebeurt op grote zonnebloemvelden.
Bestuiving en zaadzetting
Hier raakt het bijenverhaal aan de portemonnee van de teler. De meeste zonnebloemen zijn grotendeels zelf-onverenigbaar: stuifmeel van dezelfde plant zet zelden zaad. Er is dus overdracht van stuifmeel tússen planten nodig, en dat doen vooral bijen. Hoe meer bezoek, hoe meer bloempjes worden bevrucht en hoe voller de kop met zaad raakt. Veldstudies, samengevat door onder meer de FAO, koppelen meer bestuiverbezoek consequent aan een hogere zaadzetting en daarmee een hogere opbrengst bij oliezonnebloemen (FAO 2018).
Voor wie de zaden wil — of dat nu voor de pers is, voor vogelvoer of voor eigen consumptie — is een goede bestuiving dus geen bijzaak maar de basis van de oogst. De directe link tussen bestuiving en de gevulde kop die je later oogst, lees je in de oogstgids; wat er daarna met dat zaad gebeurt, staat bij olie en zaden.
Waarom een halve kop soms leeg blijft
Een kop met een holle, zaadloze rand of veel platte "loze" zaden wijst vaak op gebrekkige bestuiving — te weinig bezoek tijdens de open dagen van de buisbloempjes. Slecht weer dat bijen aan de grond houdt, kan zo de zaadzetting drukken, los van bodem of bemesting.
Stuifmeel als medicijn
Een van de opvallendste ontdekkingen rond dit gewas is dat zonnebloemstuifmeel niet alleen voedt maar ook geneest. Onderzoekers Jonathan Giacomini, Rebecca Irwin en Lynn Adler vonden dat hommels die zonnebloemstuifmeel aten, veel lagere besmettingen hadden met de darmparasiet Crithidia bombi dan hommels op ander stuifmeel — een effect dat in gecontroleerde proeven sterk en herhaalbaar bleek (Giacomini, Irwin, Adler e.a., gepubliceerd in 2015). Het stuifmeel werkt dus min of meer als zelfmedicatie tegen een parasiet die hommels verzwakt.
Het effect lijkt eerder van de fysieke en chemische eigenschappen van het stuifmeel te komen dan van de voedingswaarde — zonnebloemstuifmeel is op zichzelf juist eiwitarm. Latere studies bevestigden de parasietremming, maar nuanceerden dat een dieet van alleen zonnebloemstuifmeel te eenzijdig is om hommels op de been te houden. De boodschap voor de tuin is dus: zonnebloemen zijn een waardevolle aanvulling in een gevarieerd bloemenaanbod, niet de enige gang van het menu.
Welke rassen wel
Hier zit de belangrijkste nuance van deze pagina. Veel moderne snijbloemzonnebloemen zijn veredeld als pollenvrij (Engels: pollenless) — ze produceren bewust geen of nauwelijks stuifmeel, zodat de bloemen geen gele vegen op tafelkleed en vaas achterlaten. Prachtig voor de vaas, maar voor bijen vrijwel waardeloos: zonder stuifmeel ontbreekt de eiwitbeloning, en ook de bestuiving valt grotendeels weg. Een veld pollenvrije florisrassen oogt vol leven maar voedt nauwelijks een bij.
Wil je voor bijen planten, kies dan bewust stuifmeeldragende rassen: ouderwetse vaste soorten en grootzadige oliezonnebloemen leveren volop stuifmeel. Een klassiek reuzenras als de Russian Mammoth is een betrouwbare keuze. Op de zaadverpakking of in de cultivar-database kun je vaak nazoeken of een ras pollenvrij is; staat er "pollenless" of "stuifmeelvrij", laat die dan links liggen als bestuivers je doel zijn. Voor een breder overzicht van rassen, zie het soortenoverzicht.
Planten voor bijen
Een paar keuzes maken het verschil tussen een tuin die er bijvriendelijk uitziet en een die het werkelijk is. Kies stuifmeeldragende rassen, en plant niet één maar meerdere zonnebloemen bij elkaar zodat bijen stuifmeel tussen planten kunnen overbrengen — dat helpt meteen de zaadzetting. Spreid de bloei door op verschillende momenten te zaaien, zodat er langer voedsel is. Laat uitgebloeide koppen staan: ze leveren eerst stuifmeel en later zaad voor vogels, zoals beschreven in de oogstgids.
Vermijd bestrijdingsmiddelen tijdens de bloei, want die treffen juist de bestuivers die je wilt aantrekken. En combineer zonnebloemen met andere drachtplanten, zodat bijen een gevarieerd dieet hebben in plaats van alleen het eenzijdige zonnebloemstuifmeel. Wil je hier met kinderen mee aan de slag — zaaien, tellen welke bezoekers langskomen — dan vind je leuke proefjes en weetjes bij de kinderpagina.
Bronnen
- Giacomini, J.J., Leslie, J., Tarpy, D.R., Palmer-Young, E.C., Irwin, R.E. & Adler, L.S. (2015). Medicinal value of sunflower pollen against bee pathogens. Onderzoek waaruit blijkt dat zonnebloemstuifmeel de darmparasiet Crithidia bombi in hommels sterk reduceert.
- Greenleaf, S.S. & Kremen, C. (2006). Onderzoek aan de University of California naar interacties tussen wilde bijen en honingbijen die de bestuiving van zonnebloemen verbeteren.
- FAO — Food and Agriculture Organization of the United Nations (2018). Overzichten over het belang van bestuivers voor de zaadzetting en opbrengst van oliegewassen, waaronder zonnebloem.