Voor kinderen · 5–12 jaar
Zonnebloem groeidagboek
Zaai je eigen zonnebloem en volg hem 14 weken lang. Print de tabel, meet elke week hoe hoog hij is, tel de bladeren en plak er een foto bij. Aan het eind heb je je eigen onderzoeksverslag!
In het kort: zaai in mei een zonnebloempit, zet hem in de zon en geef water. Meet elke week op dezelfde dag de hoogte en schrijf het op in de tabel hieronder. Na ongeveer 14 weken bloeit hij — en kun je zien hoeveel hij gegroeid is!
Eerst zaaien
Voor je kunt meten, moet er natuurlijk eerst iets groeien. Zaaien gaat zo:
- Wacht tot het 's nachts niet meer vriest. In Nederland is dat ongeveer half mei. Twijfel je over de datum? Kijk bij de zaaikalender.
- Stop een zonnebloempit ongeveer 2 centimeter diep in de grond of in een grote pot met potgrond.
- Geef meteen een beetje water, zodat de aarde vochtig is.
- Zet de pot op de zonnigste plek die je hebt — een zonnebloem houdt van veel zon.
- Geef water zodra de aarde droog aanvoelt. Na ongeveer een week komt het plantje boven.
Welke soort kies je? Wil je er één hoger dan papa of mama? Kies dan een hoge soort. Wil je een klein exemplaar voor op het balkon? Bekijk de keuzes bij soorten.
Hoe meet je goed?
Tips om eerlijk te meten
- Meet elke week op dezelfde dag, bijvoorbeeld elke zondag. Dan kun je goed vergelijken.
- Meet vanaf de grond tot het hoogste puntje van de plant, met een meetlint of liniaal.
- Schrijf de hoogte op in centimeter (cm).
- Tel ook de bladeren en schrijf het aantal op. Reken niet de allerkleinste blaadjes bovenin mee als ze nog dichtgevouwen zijn.
Het groeidagboek (14 weken)
Vul elke week één rij in. Bij "tekening of foto" mag je een klein tekeningetje maken of een fotootje plakken.
| Week | Datum | Hoogte (cm) | Aantal bladeren | Opmerking | Tekening of foto |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | |||||
| 2 | |||||
| 3 | |||||
| 4 | |||||
| 5 | |||||
| 6 | |||||
| 7 | |||||
| 8 | |||||
| 9 | |||||
| 10 | |||||
| 11 | |||||
| 12 | |||||
| 13 | |||||
| 14 |
Wat zie je gebeuren?
In de eerste weken groeit je plant langzaam. Dan, ergens rond week 4 tot 8, schiet hij ineens omhoog — soms wel 10 centimeter per week! Daarna komt er een knop, en die gaat open tot een echte bloem. Vergelijk je getallen: in welke week groeide hij het hardst? Maak van je hoogtes eens een grafiek met een streepje per week; dan zie je de groei als een lijn omhoog.
Vragen om over na te denken
- In welke week werd je zonnebloem het snelst hoger?
- Hoeveel cm is hij in totaal gegroeid van week 1 tot week 14?
- Welke kant kijkt de bloemkop op? (Doe ook het proefje over heliotropisme.)
- Hoeveel zaadjes denk je dat er straks in het midden zitten?
Voor juffen, meesters en ouders
Het groeidagboek koppelt natuuronderwijs (levenscyclus, groei) aan rekenen (meten in cm, tellen, een tabel invullen en eventueel een grafiek maken) over een periode van 14 weken — een mooie langlopende opdracht voor het zomerseizoen. Laat leerlingen op vaste dagen meten, zodat de data vergelijkbaar zijn, en bespreek de groeicurve: traag begin, snelle groeispurt, dan afvlakking bij de bloei. Combineer met de proefjes en met praktische teeltinformatie en bronnen op de pagina teelt en de zaaikalender. Print desgewenst meerdere exemplaren of laat per klas één plant adopteren.
Tip: maak elke week op hetzelfde plekje een foto, met je kind ernaast als "meetlat". Aan het eind van de zomer kun je alle foto's naast elkaar leggen — een sterk en motiverend beeld van hoe hard de plant (en je kind) gegroeid is.