Voor kinderen · 5–12 jaar
Zonnebloem werkbladen
Drie werkbladen om te printen: noem de delen van de bloem, knip de levenscyclus uit en zet hem op volgorde, en tel de zaden in de spiralen. Met antwoorden, zodat je kunt nakijken.
Hoe werkt het? Print deze pagina op A4. Werk de drie opdrachten af met een potlood of stift. De antwoorden staan verstopt onder de balkjes "Bekijk de antwoorden" — eerst zelf proberen!
Werkblad 1 · Noem de delen van de bloem
Bij elk pijltje hoort een naam. Schrijf de juiste naam op de lijn. Kies uit: bloemblaadje (lintbloem) · midden met zaadjes · blad · stengel · knop.
Bekijk de antwoorden
1. bloemblaadje (lintbloem) · 2. midden met zaadjes (de schijf met buisbloemen) · 3. blad · 4. stengel. Het bloemetje dat nog dicht is, heet een knop. Meer hierover lees je bij anatomie.
Werkblad 2 · Knip de levenscyclus uit
Een zonnebloem maakt een rondje: van zaadje weer naar zaadje. Hieronder staan vijf plaatjes door elkaar. Knip de vakjes uit langs de stippellijn en plak ze op een nieuw blad in de goede volgorde. Schrijf er een nummer (1 tot 5) bij.
Bekijk de antwoorden
De goede volgorde is: 1 = B (zaadje) → 2 = C (klein plantje) → 3 = D (jonge plant met blaadjes) → 4 = A (bloem) → 5 = E (verwelkte bloem met rijpe zaden). En dan begint het weer van voren af aan, want uit die rijpe zaden groeit een nieuwe plant. Daarom heet het een cyclus: een kringloop.
Werkblad 3 · Tel de zaden in de spiraal
In het midden van een zonnebloem liggen de zaadjes in spiralen. Sommige spiralen draaien naar links, andere naar rechts. Pak een potlood en trek twee spiralen na: één in de éne richting en één in de andere. Tel daarna hoeveel spiralen er in totaal de éne kant op draaien.
Bekijk de antwoorden
Bij echte zonnebloemen zijn het bijna altijd twee getallen die naast elkaar staan in de reeks van Fibonacci: 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, 89... Vaak vind je 34 spiralen de ene kant op en 55 de andere kant op (of 55 en 89 bij hele grote bloemen). Hoe dat kan, lees je bij Fibonacci en de zonnebloem.
Voor juffen, meesters en ouders
De drie werkbladen sluiten aan bij kerndoelen rond natuur (bouw en levenscyclus van planten) en rekenen (tellen, patronen, getalreeksen). Werkblad 1 traint woordenschat en waarneming, werkblad 2 is een knip-en-plak-activiteit voor de fijne motoriek en het begrip "kringloop", en werkblad 3 introduceert getalpatronen op een concrete manier. De antwoorden staan in uitklapbare blokken, zodat u eerst zelf laat proberen. Verdiepende achtergrond met bronnen vindt u bij anatomie en Fibonacci. Combineer eventueel met een echte plant via het groeidagboek.
Tip: laat een echt zonnebloemhoofd (te koop bij de groenteboer of zelf gekweekt) naast werkblad 3 leggen. Echte pitten tellen maakt het patroon ineens veel duidelijker dan een tekening.